De blokfluit is het instapinstrument bij uitstek, maar biedt altijd ook “ruimte voor verbetering”. De populariteit is te danken aan twee aspecten: de gunstige prijs (van beginnersinstrumenten) en de relatief erg eenvoudige bespeelbaarheid in vergelijking met andere instrumenten. Door de mogelijkheid om verschillende stemmingen met elkaar te combineren (sopraan, alt, tenor, bas) zijn blokfluiten ideaal voor samenspel en huismuziek. Natuurlijk doen ze het ook uitstekend als solo-instrument.
De sopraanblokfluit heeft zich bewezen als beginnersinstrument. Een eenvoudige C-sopraanfluit van esdoorn kost ongeveer 15 euro. Bij beginners zijn fluiten van slijtvast speciaal kunststof erg populair. Ze zijn gemakkelijk schoon te maken en extreem robuust, wat vooral bij kleinere kinderen een niet te onderschatten aspect is.
Omdat vooral de kop van de fluit zeer voorzichtig moet worden behandeld, bieden sommige fabrikanten ook gemengde constructies aan. Hier bestaat de gevoelige kop uit een slijtvaste speciale kunststof. Het onderste deel is gemaakt van esdoorn en zorgt voor een zachte, “fluitachtige” klank.
De basisbeginselen van het spelen op de blokfluit – met name de sopraanblokfluit – kunnen al door kinderen in de voorschoolse leeftijd worden aangeleerd. Omdat er geen ingewikkelde aanslag of al te virtuoze vingerzettingstechniek nodig is, kunnen de eerste successen zeer snel worden behaald. Na de eerste ervaringen met de sopraanblokfluit (ca. 2 jaar oefenen en studie) gaat men vaak verder met het leren bespelen van de complexere altblokfluit.
De barokke vingerzetting vindt zijn oorsprong – zoals de naam al doet vermoeden – in de barokperiode. De Duitse vingerzetting werd pas aan het begin van de 20e eeuw ontwikkeld en vergemakkelijkt het spelen van de toon “f” op de sopraanblokfluit. Als neveneffect ontstaan er echter kleine onzuiverheden in de intonatie van halve tonen en hoge tonen. Om deze reden worden hoogwaardige instrumenten altijd in barokke vingerzetting gebouwd. Juist wanneer leerlingen zich gedurende een langere periode met het instrument willen bezighouden, is het daarom aan te raden om direct met de barokke vingerzetting te beginnen.
Overigens: ook de meeste blokfluitscholen werken op basis van de barokke vingerzetting.
Allemaal mooi en goed, maar hoe weet je of de fluit Duits of barok is? Heel eenvoudig. Bij de barokke vingerzetting is het derde gat van onderen groter dan het vierde gat van onderen. Bij de Duitse vingerzetting is het derde gat van onderen erg klein (het kleinste gat op de fluit).
Let op: dubbele gaten komen zowel bij Duitse als bij barokblokfluiten voor!
Meer diepgaande informatie over blokfluiten vind je in onze online Online Raadgever Blokfluiten.